Bespiegelingen naar aanleiding van een (uitnodigings?) kaartje… Omdat wij (Anne en ik) besmet raakten met het coronavirus, kon ik zondag 25 april jl. niet voorgaan. Ds. Kees de Jong (Kampen) nam het over. Fijn! Van twee lieve gemeenteleden kregen wij diezelfde zondag dit kaartje met een doosje aardbeien. Een kaartje met een knipoog natuurlijk. Ik denk dat het dateert uit de jaren ‘50 of ‘60 van de vorige eeuw. Het is vast een uitnodiging om naar de zondagsschool te komen. Maar het is ook een beetje dwingend. Waar was je? Wij verwáchten je! Allen! Iedere keer…

Al meer dan een jaar lang kunnen wij zoiets niet meer tegen elkaar zeggen vanwege corona. Maar ook daarvoor al kregen we schroom om elkaar erop aan te spreken als iemand niet naar de kerk kwam op zondag. Je miste soms iemand wel, maar dat zei je niet tegen die persoon. Want het maken van individuele keuzes en de daarmee gepaard gaande vrijheid is een groot goed. Geloof en dwang gaan niet samen. Geloof en kerkgang vállen niet samen. De kerk is een gemeenschap van mensen èn tegelijk meer dan dat. Ze zou altijd een open en gastvrije plaats moeten zijn, of iemand nou elke zondag komt of eens per jaar of nooit. We zijn geen voetbalclub. Maar bestaan al wel zo’n 2000 jaar…
Ik vraag me af hoe dat zal worden als samenleving en kerk weer open gaan. Wie zullen er weer komen en wie niet of niet meer? Niemand die dat voorspellen kan. Zal er ook een nieuwe onbevangen en niet oordelende openheid komen om elkaar ernaar te vragen? Daar hoop ik op. Niet vanuit dwang, maar vanuit interesse naar de (B) bronnen van de ander.
ds. Nelleke Beimers