“Wat denken jullie wat ik meeneem als ik op reis ga?”, vroeg voorganger A. Pietersma in de kerstviering aan de kinderen. “Ja, dat klopt, een tandenborstel en extra kleren….Maar ik neem ook een opvouwbare kaart mee. Als je die openklapt, dan komt de kerststal tevoorschijn. En zo heb ik die altijd bij me!” In zijn overdenking ging hij daar verder op in: “Je hoeft maar een kerststal te zien …. en het wordt licht. Je ziet het licht. Het schijnt naar binnen. Mooooooi! Het is er omheen. En het Licht verspreidt zich.”
Aan het begin van de dienst hadden de kinderen samen het Licht ook al ontstoken. En na de kinderviering kwamen ze terug met een grote witte ster.¬†Voor foto’s zie: FOTO’S -> DIENSTEN