We begonnen vandaag met Lied 215. Mijn oog viel daarbij op het ernaast genoteerde gedicht van Sören Kierkegaard:
Als ik in de morgen ontwaak
en mijn ziel tot U wend,
zijt Gij de eerste:
Gij hebt mij ’t eerst bemind.

Hij bemint ons dus eerst. “En Hij ziet ons het eerst”, aldus voorganger Lieke van Houte. “Al voordat wij Hem zien. Zijn ogen zijn op ons gericht. Zo verging het ook de Samaritaanse vrouw bij de bron. Jezus ziet haar en spreekt haar aan. God ziet onze dorst. De fysieke dorst. Maar ook onze dorst naar betekenis en naar leven.
Vandaag is het zondag Oculi: ‘Mijn ogen zijn gericht op de Heer’. Maar het is vandaag ook internationale vrouwendag. Met open ogen kijken naar vrouwen. Naar vrouwen gezien en ongezien.
In het eennalaatste kunstwerk (van Anne Zweers) aan de zijmuur zie je jezelf weerspiegelt. Het is een bron. Water en dorst. Maar het lijkt een open oog. Een venster naar de diepte van de ziel. In beide zie je jezelf weerspiegelt. Het is zien en gezien worden. Over wie we werkelijk zijn.” 
We sloten (na het Avondmaal) af met Lied 315, over de mens:
Gij noemt zijn naam, hij is herboren,
vernieuwd door uw getuigenis.
Mooi, maar eigenlijk had er vandaag ook mogen klinken:
GIJ noemt HAAR naam, ZIJ is herboren… Voor foto’s zie; FOTO`S -> DIENSTEN