Voorganger Lieke van Houte had op deze palmpasenzondag ‘Het offer’ als thema. De dood van Jezus, een offer ten koste van hemzelf, zo verwoordde zij het. Zijn offer dat ook een geschenk is.
De keuze voor de stem van God loopt nooit dood. Het geeft ons de moed om te gaan en om te leven. En het doet een beroep op ons. Om ook ons deel te geven. Om in Zijn spoor te zeggen: ik deel van wie ik ben, een kind van God. Een offer: dat is een geschenk als je jezelf niet verloochent. Als je iets van jezelf geeft. Een deel van je hart, een deel van je ziel. Iets wat goed is voor een ander, en uiteindelijk ook voor jezelf. Dat kunnen grote en kleine keuzes zijn. Maar altijd in Gods licht. In het spoor van Jezus.
Aan het einde van deze feestelijke viering kregen we de zegen mee:
God, loop vóór ons uit om ons de rechte weg te wijzen.
Ga náást ons om met ons Uw vriendschap te delen.
Sta áchter ons om ons rugdekking te geven.
Wees ónder ons om ons bij vallen op te vangen.
Woon ín ons God, om ons kracht te geven voor alledag.
Wees óm ons heen, God
als een muur van liefde tegen zorg en angst.
Wees bóven ons om ons te beschijnen met Uw zon
en te verlichten met Uw zegen.
Zo was het, zoals gezegd, een feestelijke viering met al die ‘lopende palmpasenstokken’. Tóch voelde ik mij vanmorgen op een gegeven moment wat ongemakkelijk. En vroeg mijzelf af: ben ik soms lui? Gemakzuchtig? Kortzichtig? Een consumerende kerkganger? Nog moe van het uurtje minder slaap? Ja, zeg het maar. Dit kwam bij me op toen de predikant aan de diaken van dienst vroeg of er nog gebeden in het voorbedenmandje zaten. Dit bleek niet het geval! Nou, ik moet eerlijk zeggen: dat trof me wel. Ik had er zelf genoeg briefjes in kúnnen en wellicht in móeten doen. En wat dan? Een bede voor een spoeddebat over de hoge benzineprijzen? Want ja, het hemd is immers nader dan de rok. Nou, nee, dan toch maar liever bedes voor ‘de rok’, zoals de opvang van vluchtelingen, de ontheemde kinderen in Libanon-in Gaza- of in de Oekraïne, de smeltende ijskappen, het grootschalig kappen van bomen, de slachtoffers van discriminatie, de oorlog in het Midden-Oosten, in Iran, in Soedan, in Congo, in de Sahel, in Ethiopië, in Somalië etc. etc.
En bedes voor ‘het hemd’? Ja, die zeker ook, maar dan wel in de vorm van een bede voor onze kerkenraad, voor de vele geziene en vaak ongeziene vrijwilligers, voor onze jeugd, voor de zieken in ons midden, mensen die een dierbare missen, de eenzamen, de gezinnen die moeilijk rond kunnen komen etc.
Aldus verzonk ik al met al in een enigszins vertwijfelde stemming. Maar gelukkig had ik, naast de inspirerende overdenking, ook nog de woorden van Lied 362 (van eerder in de dienst) in het achterhoofd:
Van U is deze wereld, deze tijd.
Gij hebt uw stem tot op vandaag doen klinken.
Uw naam is hartstocht voor gerechtigheid,
Uw woord de bron waaruit wij willen drinken.
Gij die tot hiertoe onze toekomst zijt –
Dat wij niet in vertwijfeling verzinken.
En zo kon ik op de fiets naar huis, in een lekker lentezonnetje, toch nog vrolijk zingen wat de palmpasenkinderen lieten schallen: Hosanna, hosanna, de Heer komt voorbij…
Voor foto’s zie: FOTO`S -> DIENSTEN
